Het huis van de Hemelse Vader


Laat uw hart niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij.

In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen;

als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben.

Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.

En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb,

kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.

En waar Ik heen ga, weet u, en de weg weet u.

Thomas zei tegen Hem: Heere, wij weten niet waar U heen gaat,

en hoe kunnen wij de weg weten?

Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.

Niemand komt tot de Vader dan door Mij.

(Johannes 14 verzen 1-6 (HSV)

 

Bij de eerste gemeenten en in de vroege kerk was de verwachting van de Wederkomst van Christus groot. Maar deze woorden van de Heer werden vergeten toen Zijn Komst uitbleef. Jezus heeft hiervoor al gewaarschuwd in de gelijkenis van de trouwe en de ontrouwe slaaf, van wie de meester voor lange tijd op reis ging. De trouwe slaaf was goed voor degenen die onder hem waren gesteld. Hij zorgde voor hen, en gaf hen eten en drinken en was er voor hen als ze hem nodig hadden. Hij leefde en wandelde naar de weg van zijn meester. Want hij dacht dat als zijn meester weer thuis komt, moet alles voor hem op orde zijn. En ik zal blij zijn Hem weer te zien. Hij zag uit naar die dag. De ontrouwe slaaf echter dacht “mijn meester blijft lang weg, wie weet wanneer hij terugkomt, als hij tenminste terugkomt”. En hij leefde er op los en misdroeg zich tegenover degenen die onder hem waren gesteld.


Aan de apostel Paulus zijn “verborgenheden” geopenbaard over de komst van de Here Jezus om zijn Gemeente te halen. Verborgenheden zijn geheimenissen die God niet eerder heeft geopenbaard in het Oude Testament, maar wel deel uitmaken van Gods Raadsbesluit. Dit is wat de Heilige Geest ons als Gemeente van Christus  laat weten bij monde van Paulus over hoe het zal gaan als Jezus Zijn Gemeente komt halen:

“Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.” (1 Thessalonicenzen 4: 14-17)


Voor degenen die dan nog in leven zijn zal in een ondeelbaar moment alles veranderen. Zij krijgen een opstandingslichaam (Filippenzen 3: 20-21), zoals de Here Jezus dat heeft gekregen toen Hij door God uit de dood is opgewekt als eerste van allen die zullen opstaan ten leven.

“Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden.” (1 Korintiërs 15:51-53).


De Opname is echter niet de Wederkomst van Christus in Macht en Heerlijkheid. Dat vindt plaats meteen na het einde van de Grote Verdrukking die in totaal 7 jaren zal duren. De Opname zal plaats vinden voor de Grote Verdrukking. In Openbaringen 3:10 -11 (NBG 1951) belooft de Here Jezus:

“Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen. Ik kom spoedig; houdt vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.”


In Mattheus 24: 21 kondigt Jezus deze Grote Verdrukking aan die over de gehele wereld zal komen. Gods volk Israël zal deze Grote Verdrukking moeten ondergaan. En ook degenen uit de volken die ”de leugen hebben geloofd en de waarheid niet hebben liefgehad”. Aan het einde van de Grote Verdrukking als alle volken zich tegen Israël verzamelen (Zacharia 12:3), zal een gelovig overblijfsel van Israël (Zacharia 13:8-9) de Heer Jezus aanroepen en dan zal Hij komen in Macht en Heerlijkheid (Mattheus 24: 29-31, Openbaringen 20) om Zijn volk te redden en een Duizendjarig Vredesrijk te stichten op aarde. Dat is de Wederkomst van Christus zoals aangekondigd door profeten en in de Psalmen in het Oude Testament.


En waar zijn wij nu? Jezus zei dat we aan de uitspruitende vijgenboom kunnen zien dat de zomer nabij is. Die vijgenboom is Israël. Dat de vijgenboom uitspruit zien we aan de steeds meer toenemende terugkeer van de Joden naar Israël en de toenemende Jodenhaat in de wereld. Ook andere gebeurtenissen die Jezus had voorzegd zien wij in toenemende mate wereldwijd plaatsvinden. Het is nu eindtijd, in ieder geval het begin ervan. En het is nog genadetijd. Na de Opname is er geen genadetijd meer. Dat wil zeggen er komt geen tweede Opname. De Opname van de Gelovigen zoals beschreven in de Bijbel kan op elk moment plaatsvinden.


Petrus zei het al, er zullen spotters komen (2 Petrus 3: 3-4). Die zeggen alles blijft zoals het was, ook vroeger verwachten de mensen Zijn Komst, maar er is nog steeds niets gebeurd en het zal ook niet plaatsvinden. Is God dan traag met Zijn beloften. “Nee” zegt Petrus, God is niet traag, maar Hij wil dat degenen die Hij wil behouden ook allen zullen worden behouden en neemt de tijd daarvoor. Voor God is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag.


Laten wij dan blijvend hopen en verwachten, vertrouwend op Zijn Komst en daar naar uitzien.

Beter nog, laten wij in hart en ziel ons instellen op Zijn Komst.

Hij ziet er naar uit ons te komen halen en te ontmoeten.

Zien wij er ook naar uit Hem te ontmoeten als Hij komt en de bazuin klinkt?

Richt uw hart op uw Heer en wees er op klaar als Hij uw naam roept,

want die tijd is dichterbij dan het ooit is geweest.

 

Ontmoeting.


Eens komt de tijd, die onvoorstelbaar schijnt te wezen,
dat ik mijn Heer, U zien mag, echt en heel dichtbij,
’t verheugt mijn hart, ik hoef geenszins te vrezen,
door Heer Uw offer, ben ik immers vrij,
te staan voor U, mijn ogen zien Uw ogen,
Uw Licht, Uw Kracht, Uw Liefde, 
Het omgeeft mij al,

want in Uw Hart 
is zoveel mededogen,

‘k zie uit, naar als ik U ontmoeten zal !